Leiden Religie Blog

Religie is geen vrijetijdsbesteding

Religie is geen vrijetijdsbesteding Foto: Frank Boosman via Flickr.com

Religie behoort, in de systematiek van het CBS, in de categorie “vrije tijd”. Het staat daarmee op een lijn met het fokken van zangvogels en dwerghangoorkonijnen, het telen van sierkalebassen en de Kwakelse kienclub. Een onvruchtbare zienswijze...

Tussen religie en statistiek zal het niet snel meer goed komen. Dat begon een jaar of tien geleden, toen het Internet volstroomde met berichten dat het zoroastrisme de snelst groeiende religie van de mensheid is. Tweeëneenhalf miljoen zoroastriërs met een groeipercentage van 2.65 % werd gemeld, hoger dan moslims, christenen, hindoes en alle anderen, om maar te zwijgen van de ineenschrompelende, vergrijzende atheïsten-schaar in het snel marginaliserende, vergrijzende Europa.

Wat mis was aan de berichtgeving laat zich kort samenvatten: alles. Van A tot Z bleken de gegevens niet slechts verkeerd, ze kwamen zelfs niet in de buurt van de werkelijkheid: het aantal zoroastriërs dat gemeld werd was een kleine factor twintig te hoog en in plaats van te groeien krimpt het zoroastrisme al tientallen jaren, en is het ook niet langer in staat de trend naar het zachtjes uitdoven te keren.

Privéaangelegenheid

De relatie tussen religie en statistiek is dan misschien een bron van ergernis, maar het blijft fascinerend. Het verzamelen, benoemen, bewerken en interpreteren van gegevens over ‘religie’ door statistische bureaus en in volkstellingen wereldwijd levert een schat aan informatie op, niet over die religies zelf, maar over trends in de omgang van overheden met religie.

In Amerika is het voor de volkstelling bij wet verboden mensen naar hun religie te vragen; in landen als Engeland gebeurt dit op basis van vrijwilligheid – en levert daarmee geen bruikbare gegevens op. Evenmin bruikbaar zijn de gegevens uit een land als Iran, waar de overheid de gegevens alvast voor de bevolking heeft ingevuld. Over het algemeen valt op, zeker in het Westen, dat statistische bureaus niet heel expliciet naar voren treden als verzamelaars van gegevens over religie, Misschien omdat religie wordt gezien als een privéaangelegenheid, en daarom ongepast om te bevragen, of omdat religie in landen als Iran geen keuze is, en derhalve irrelevant om te bevragen.

Dwerghangoorkonijnen

Het Centraal Bureau voor de Statistiek is daarvan een treffend voorbeeld. In de thema’s die de bezoeker van de website door de digitale schatkamers van dit eerbiedwaardige instituut moeten leiden, ontbreekt de categorie religie. Een snelle zoekopdracht volstaat om ‘religie’ als onderwerp te vinden: het behoort, in de systematiek van het CBS, in de categorie “vrije tijd”. Het staat daarmee op een lijn met het fokken van zangvogels en dwerghangoorkonijnen, het telen van sierkalebassen, het verzamelen van sigarenbandjes, de Kwakelse kienclub, een overnachting in hotel Sparrenhorst te Nunspeet of een bezoekje aan museum De Koperen Knop te Hardinxveld-Giessendam. Religie hoort, kortom, tot de categorie activiteiten die mensen ondernemen als ze niet bezig zijn met werken of zorgen, als ze – in andere woorden – niet productief zijn. Dit impliceert dat religie weinig betekenis heeft in de alledaagse gang van zaken.

Bezwering

Maar ook dit is op zichzelf weer veelzeggend. Om twee redenen.  Ten eerste: voor veel Nederlanders lijkt dit een volkomen adequate interpretatie van de rol van religie in hun leven. Het zijn ook deze Nederlanders die religie hebben ondergebracht in de categorie “vrije tijd”.

En ten tweede: een dergelijke visie op religie slaat ons iedere mogelijkheid om een andere grote groep Nederlanders te begrijpen uit handen. Voor die andere groep, namelijk, is religie niet de ‘life-style option’ die het voor de eerste groep wellicht wel is, voelt religie niet als een keuze en is het geen schakelaar die naar believen aan en uit gezet kan worden. Dit is zo, omdat religie voor sommige gelovigen eigenlijk het cement vormt tussen al die onderdelen die het CBS zo graag gescheiden houdt: werk, zorg, en zin, en feitelijk al die drie domineert. Of de aan-uitschakelaar ontbreekt omdat religie eenvoudigweg definieert wie die mensen zijn. Dat geldt in ieder geval voor de religies waar ik me mee bezig houd – Mandeeërs, Yezidi’s, Zoroastriërs – waarvan velen op dit moment worden vervolgd, vernederd, verminkt, verhandeld, verkracht en vermoord om geen enkele andere reden dan een religieuze.

Steeds wordt ons voorgehouden, door politici en opiniemakers, dat dit ‘niets met religie te maken heeft’. Dat is een apologetisch argument dat alleen tot doel heeft het wereldbeeld van zowel gelovigen als seculieren in het Westen te beschermen: gelovigen, door religie ten onrechte vrij te pleiten van het veroorzaken van hartverscheurend menselijk leed; seculieren, door hen ten onrechte te bevestigen in de overtuiging dat religie voor de hele mensheid ongeveer even weinig betekent als voor henzelf.

Religie plaatsen in de categorie ‘vrije tijd’ is een bezwering, een van de vele pogingen die overal ondernomen worden om ons wereldbeeld in stand te houden. Mij lijkt het redelijker, vruchtbaarder en, nou ja, menselijker, ieder geloof in bezweringen – en dus ook dit voorbeeld daarvan –  op te geven.

3 Comments

N. van Boom
Geplaatst 21 april 2015, 14:24 door N. van Boom

Beste Heer De Jong, beste Ab,

Dank voor uw interessante blog over religie en het ‘ongelukkige huwelijk’ met de wereld van de statistiek. Toch roept het stuk bij mij als vrijetijdwetenschapper een reactie op. Ik kan me helemaal vinden in de gedachte dat religie voor veel mensen meer is dan ‘plat en banale’ vrijetijdbesteding, en dat dit in de statistiek vaak niet naar voren komt. Maar de bewering dat religie niet gelijk gesteld moet worden aan ‘het fokken van zangvogels en dwerghangoorkonijnen, het telen van sierkalebassen en de Kwakelse kienclub’ en daarmee de implicatie dat vrijetijdbesteding dus ‘weinig betekenis heeft in de alledaagse gang van zaken’ doet afbreuk aan het belang en de betekenis van vrijetijd voor ons dagelijks leven. Onze vrije tijd is meer dan ‘onproductieve tijd voor zinloze dingen’. In onze vrijetijd (er zit een gedachte achter het los- of aaneenschrijven van vrije en tijd, maar dat gaat te ver voor deze reactie) geven we onze levens vorm, onze identiteit, onze passies, interesses en voorkeuren. In deze tijd doen we aan ontspanning of inspanning, aan creativiteit, aan leren, aan spel. In deze tijd vormen we nieuwe sociale banden, of versterken we bestaande banden. In deze tijd komen we bij, kunnen we ontsnappen aan een systeem van economische productie (door even niet de produceren), kunnen we dat juist versterken (door te consumeren) of kunnen we verantwoorder coproduceren (participatiesamenleving, vrijwilligerswerk). En er zijn nog tal van andere argumenten te noemen die aangeven dat ook vrijetijd betekenisvol is, of op zijn minst kan zijn. En ja, ook die betekenis van die vrijetijd blijft vaak onderbelicht in de statistiek en vereist andere onderzoeksmethoden om daar inzicht in te krijgen. Maar uw verontwaardiging dat religie op een lijn gesteld wordt met ‘banale zinloze vrijetijdbesteding’, doet onrecht aan het belang van vrijetijd voor de levens van velen. Ik kan me een prima leven voorstellen zonder de Kwakelse kienclub, maar een leven zonder vrije tijd/vrijetijd lijkt me pas zinloos.

Niettemin een interessant verhaal dat mij meer inzicht geeft in uw discipline, en door mijn reactie u, hopelijk, ook meer inzicht in het belang en de betekenis van de vrijetijd voor de samenleving.

Met vriendelijke groeten,
Nienke van Boom

Docent/Onderzoeker Leisure Studies

Simin
Geplaatst 23 april 2015, 01:17 door Simin

Vier jaar lang hebben ze ons in de faculteit Godsdienstwetenschappen herhaald dat essentialistische uitspraken over iedere religie onjuist en niet behorend tot deze tijd waren. Van één enkele definitie van religie was evenmin sprake. Religie kon zo breed gedefinieerd worden dat zelfs de fans van een voetbalclub konden als volgelingen van een religie beschouwd worden. En nu lees ik in een artikel van mijn zeer respectabele docent professor De Jong dat religie in de statistieken van CBS foutief is gecategoriseerd omdat het eigenlijk als “cement” van werk, zorg en zin had beschouwd moeten worden en niet iets wat men pas aan denkt als hij over brood, veiligheid en onderdak beschikt. Bovendien moet de vervolging, verhandeling, verkrachting en het vermoorden van de minderheden in het Middenoosten aan niets anders toegeschreven worden dan religie, met maar één definitie: Zoroastrianen (welke?) zijn aan het verdwijnen, Moslims zijn uitsluitend de leiders van Iran of ISIS en Katholieken misschien uitsluitend de verkrachtende paters! Werd het ons niet steeds aangeraden om de essentialistische uitspraken te vermijden en kritisch gaan kijken naar de oorzaken van de conflicten, de nuances in de religieuze beleving, de misbruiken daarvan en de valse claims daarover?

Peter
Geplaatst 23 april 2015, 18:42 door Peter

Compliment met het artikel.
Tijdens mijn BA-onderzoek naar Ahmadi’s kwam ik een dergelijke staristieke misvatting tegen: er waren immers honderden miljoenen van hen. Nonsens. Het erge is dat velen met deze cijfers aan de haal gingen, vooral de tegenstanders waardoor op allerlei fora de Ahmadi’s nog meer werden, wellicht worden, gediscrimineerd. Een kwalijke zaak dus.

Plaats een reactie

Name (required)

E-mail (required)

Een avatar? Ga naar www.gravatar.com

Onthoud mij
Hou me op de hoogte van reacties