Leiden Religie Blog

Religie in een Oudegyptisch landschap

Religie in een Oudegyptisch landschap De Leidse opgravingen te Sakkara, ten oosten van het graf van Meryneith in 2007.

Hoe verandert een begraafplaats over millenia? Conservator collectie Egypte en alumna van de Universiteit Leiden, Lara Weiss, geeft ons een inzicht in het Oude Egypte.

Graven en tempels werden in het oude Egypte gebouwd voor de eeuwigheid, maar religie was, net als nu, aan constante veranderingen onderhevig. Ook kunst- en architectuurstijlen, de Oudegyptische taal en de religieuze praktijken veranderden door de eeuwen heen. Een mooie plek om deze veranderingen van de Oudegyptische religie te bestuderen is Sakkara, ca. 40 km ten zuidwesten van de moderne stad Cairo. Het Rijksmuseum van Oudheden doet daar al 40 jaar opgravingen in een grafveld uit het Nieuwe Rijk (ca. 1400-1100 v.Chr.) ten zuiden van de piramide van Djoser (afb. 1). Het museum heeft veel beelden en stèles uit Sakkara in de collectie. De objecten zijn vaak al ruim 200 jaar in Leiden en destijds grotendeels verkregen uit de kunsthandel, waardoor vrijwel niets bekend is over hun context. De opgravingen maken het mogelijk die informatie te reconstrueren, en meer te weten te komen over het leven en de dood van de mensen die daar begraven werden.

Tot nu werden in Sakkara vooral individuele graven in detail onderzocht, maar overkoepelend onderzoek van de graven ontbreekt. Dit geldt in feite voor de hele omliggende gebied, dat nog onvoldoende wordt begrepen.

De komende jaren wil ik daar verder onderzoek naar doen en de volgende vragen beantwoorden: hoe is Sakkara gegroeid, welke keuzes werden er door wie gemaakt, en welke invloeden had dit op de omgeving en andersom? Welke religieuze praktijken werden in het dagelijks leven uitgevoerd, welke ideeën speelden hierbij een rol, en hoe ontwikkelden die zich in de loop der eeuwen? Om het materiaal behapbaar te houden ligt de focus van het onderzoek op ‘het Leidse’ Nieuwerijks grafveld als een onderdeel van en in wisselwerking met de ‘culturele geografie’ (zie onder) van Sakkara. Anders gezegd: hoe keken de individuen en groepen die we uit het Leidse opgravingsgebied kennen naar elkaar en naar eerdere monumenten en tradities, en hoe keken latere generaties naar hen. Daarmee komen we uiteindelijk meer te weten over de hoofdvraag ‘Hoe gaat de Oudegyptische elite in het dagelijks leven om met religieuze tradities in Sakkara?’.

 

Sakkara in het Oude Rijk

Op het woestijnplateau ten westen van de oude stad Memphis werden al vanaf ca. 2600 v.Chr. (Oude Rijk) hoge ambtenaren begraven, maar ook koningen, zoals koning Djoser. Zijn trappenpiramide in Sakkara is het eerste monumentale stenen gebouw in Egypte (afb. 1, 2592-2566 v.Chr.)!

Ook koning Oenas (2321-2306 v.Chr.) werd in Sakkara begraven. Oenas is onder andere bekend van de zogenoemde ‘kannibalenspreuk’, een religieuze tekst op de wand in zijn piramide. Daar is te lezen hoe de koning na zijn dood in de hemel komt, waar hij vanwege zijn grote macht angst oproept. Hij jaagt op de goden en verslindt ze. Zo neemt hij hun krachten over, een vaak voorkomend magisch principe.

 

Sakkara in het Nieuwe Rijk

Zo’n duizend jaar later, in het Nieuwe Rijk (1539-1070 v.Chr.), lieten de koningen zich niet langer in Sakkara begraven maar in rotsgraven in Thebe, in het zuiden van Egypte. De verbindingsweg tussen de piramide van koning Oenas en de bijbehorende tempel werd toen waarschijnlijk gebruikt als toegangsweg tot het woestijnplateau.

Hoewel de koningen zich inmiddels elders lieten begraven, bleef Sakkara in het Nieuwe Rijk de begraafplaats van de elite van de stad Memphis. Daarnaast kreeg Sakkara steeds meer betekenis als plaats van godenverering bijvoorbeeld in het Serapeum, een tempel voor de verering van de Apisstier, maar ook in de graven zelf. De religieuze ideeën over het hiernamaals waren veranderd: de overleden koning at de goden niet langer op, maar reisde samen met hen door de onderwereld om daar kwade machten te bedwingen. Het idee was nu dat de zonnegod, die overdag met zijn zonnebark langs de hemel trok, ’s nachts door de onderwereld reisde waar hij verschillende gevaren moest weerstaan. De cyclus van de overwinning (om middernacht) op de slang Apophis - de grootste vijand, en de wederopstanding van de zon(negod) in de ochtend symboliseerde de voortdurende strijd tussen goed en kwaad en de eeuwige voortgang van de schepping. Ook de mensen hoopten in het hiernamaals onderdeel van dit cyclus van het eeuwige leven te worden.

 

Sakkara na het Nieuwe Rijk

Na het Nieuwe Rijk werden de tempels van Sakkara - zoals het Serapeum - steeds belangrijker. De graven uit het Nieuwe Rijk werden in de eeuwen daarna, in de Derde Tussenperiode en Late Periode (ca. 1070-525 v.Chr.), deels hergebruikt als verzamelgraf. In de Saïtische en Perzische periodes (ca. 664-404 v.Chr.) lieten verschillende hoge ambtenaren graven bouwen langs de rand van het woestijnplateau. Deze graven bevatten vaak ommuurde binnenplaatsen met diepe schachten die leidden tot één of meer grafkamers, gedecoreerd met bijvoorbeeld dodenboekspreuken. Eenvoudigere verzamelgraven werden bij en vaak ook in de Nieuwerijks graven aangelegd.

 

Religieuze handelingen in een culturele geografie

Aan de graven en tempels van Sakkara is goed te zien hoe in de loop van de geschiedenis verschillende goden, voorouders, en overleden koningen werden vereerd. Oudere monumenten en de omliggende infrastructuur bleven door de eeuwen heen zichtbaar als palimpsesten en zullen ook voor nieuwe generaties een bijzondere betekenis  hebben gehad - al was die misschien anders dan een eerdere. De verschillende gebouwen van Sakkara moeten daarom ook gezien worden als onderdeel van een ‘culturele geografie’, dat wil zeggen het resultaat van menselijk handelen door de eeuwen heen, waarbij elke handeling weer invloed op volgende heeft. Het is bijvoorbeeld in de decoratie van de Nieuwerijks graven heel duidelijk dat er niet alleen naar omliggende graven, maar ook naar de decoratie van de Ouderijksgraven werd gekeken. ‘Culturele geografie’ wordt dus gebruikt als een heuristische term, om te onderzoeken welke tradities door wie gevolgd, betwist en onderhandeld worden. Een voorbeeld van veranderende praktijken is het hergebruik van de weg naar de piramide van Oenas als ‘algemene’ toegangsweg tot het woestijnplateau. Maar ook de keuzes voor bepaalde locaties van de monumenten – voor dit project vooral de graven uit het Nieuwe Rijk en de Late Periode – in Sakkara zijn interessant. De locatie, maar ook de muurdecoratie, tekstkeuze en beelden van de grafeigenaren zeggen iets over de religieuze ideeën van de opdrachtgevers in een bepaalde periode, maar ook over mogelijke sociale onderlinge afhankelijkheid wanneer een ondergeschikte zich in het graf van zijn werkgever mag laten begraven. Omdat niet elke handeling noodzakelijk religieus gemotiveerd hoeft te zijn, spreken we van een culturele en niet een religieuze geografie. We zien bijvoorbeeld dat tijdsgenoten ideeën en praktijken van elkaar overnamen, maar toont dat de tijdsgeest aan of religieuze overtuigingen? Sommige scènes in de graven van Horemheb en Meryneith (beiden uit de tijd van koning Toetanchamon, ca. 1333-1324 v.Chr.) lijken zo sterk op elkaar, dat ze misschien wel door dezelfde kunstenaar zijn gemaakt. Maar we zien ook vernieuwing. Vanaf de regeringstijd van koning Seti I (ca. 1290-1279 v.Chr.) lijkt bijvoorbeeld de godencultus in de privégraven belangrijk te worden, met als gevolg dat daar godenbeelden in werden geplaatst.

De oude Egyptenaren zelf gebruikten het gebied ook in bredere zin als ‘culturele geografie’. Van sommige grafeigenaars zijn bijvoorbeeld stèles uit het Serapeum bekend waarop de Apisstier wordt vereert. Nog later, in de Derde Tussenperiode en de Late Periode (ca. 1070-332 v.Chr.) werden sommige Nieuwerijks graven hergebruikt als verzamelgraven, terwijl tijdsgenoten elders geheel nieuwe graven aanlegden.

 

Vooruitzichten

Sakkara biedt dus een scala aan materiaal voor een uitgebreide analyse van lange-termijn ontwikkelingen en veranderingen van de fysieke en conceptuele ruimte. Een interdisciplinaire benadering zal ervoor zorgen dat we straks niet alleen meer te weten komen over de mogelijkheden en beperkingen van individuele en groepshandelingen in Sakkara, en daarmee iets kunnen toevoegen aan de kennis over hoe religieuze tradities in het oude Egypte werden gevormd, gewijzigd of zelfs opnieuw uitgevonden. Welke religieuze tradities werden in Sakkara door wie gevolgd en waar zien we vernieuwing? Welke rol speelt Sakkara in het dagelijkse leven van individuen en groepen? Dat zijn vragen waarop ik met nader onderzoek in de toekomst meer antwoorden hoop te vinden.

Plaats een reactie

Name (required)

E-mail (required)

Een avatar? Ga naar www.gravatar.com

Onthoud mij
Hou me op de hoogte van reacties