Leiden Religie Blog

Presidium Libertatis, het religieus modernisme en de bisschoppen

Presidium Libertatis, het religieus modernisme en de bisschoppen Johannes Henricus Scholten, 1811-1885 — bron: Wikipedia

Het (protestants) modernisme is een sterk met de Leidse universiteit verbonden onderwerp. De collectie brochures in de Leidse UB biedt een perfecte ingang voor comparatief onderzoek naar de discussies tussen 'modernen' en rooms-katholieken in de 19e eeuw.

In hoeverre kan en moet het geloof zich aanpassen aan veranderende tijden? Deze vraag lag aan de wortel van een felle 19e-eeuwse polemiek onder Nederlandse theologen, historici, filosofen, en letterkundigen over de zogenaamde ‘nieuwe theologie’. Deze revolutie kwam uit Duitsland, en daarmee trok de Verlichting, die zich al lang in bredere kring in de maatschappij gevestigd had, nu ook theologie en kerk binnen. Filosofen en theologen als Kant,  Schleiermacher, David Friedrich Strauss en Ferdinand Christian Baur waren bijna letterlijk hemelbestormers en gaven nieuwe antwoorden op de oude vragen: Wat weten wij over God, en wat kunnen we weten? Hoe weten wij dat God bestaat? Is God in of boven de wereld?

Als onbetwist startpunt van de nieuwe richting zagen de moderne theologen of 'modernen' (de term raakte in ons land ingeburgerd in de late jaren ’50 van de negentiende eeuw) de verschijning van Das Leben Jesu (1835) van David Friedrich Strauss, waarin Jezus werd ge-ontmythologiseerd en opgevoerd als mens -- weliswaar een zeer uitzonderlijk mens, maar zeker niet goddelijk. Dit werk riep veel reacties op, ook in Nederland; in de oratie van J.H. Scholten in Franeker in 1840 bleken de nieuwe ideeën ook hier al weerklank te vinden.  Het jaar van Scholtens inaugurele rede wordt algemeen gehanteerd als het beginpunt van de moderne theologie in Nederland. Scholten zou als hoogleraar aan de Leidse universiteit het boegbeeld van het protestants modernisme worden (hij werd benoemd in 1843), en stond aan de wieg van de Leidse reputatie op het gebied van de historische bijbelkritiek. Tot haar recente opheffing is de Leidse theologische faculteit altijd het bastion van het vrijzinnig, ‘modern’ protestantisme gebleven.

De protestantse modernen wilden rationeel blijven: zij waren ervan overtuigd dat geloof en rede, het christendom en de moderne natuurwetenschappen, met elkaar konden worden verzoend. Jezus was in eerste instantie een mens; de wonderen moesten de wereld uit; het christendom was één godsdienst te midden van vele; de Bijbel moest worden bestudeerd met de gangbare gereedschappen van literaire en historische analyse.  Verre van zich te afficheren als ondermijners van het christendom, zagen de modernen zichzelf juist als de herauten van een nieuwe Hervorming; zij waren christenen,  en wilden dat ook blijven. Dit bracht hen van twee kanten onder vuur: van rechts kregen zij de volle laag van de orthodoxen, die de nieuwe bijbelkritiek veel te radicaal vonden, en van links van atheïsten en vrijdenkers als bijvoorbeeld Van Vloten en Multatuli, die de nieuwe theologie juist nog lang niet ver genoeg vonden gaan.

Mijn onderzoek richt zich vooral op de discussies tussen protestantse modernen en rooms-katholieken. Ruwweg deze zelfde periode zag namelijk ook een mijlpaal in de geschiedenis van katholiek Nederland: de instelling van de bisschoppelijke hiërarchie in 1853. De steeds grotere zichtbaarheid van de katholieken  riep de nodige emoties op bij het protestantse deel der natie, ook onder de aanhangers van de moderne theologie. Die emoties werden verder gevoed door de encycliek Quanta Cura met de Syllabus errorum (1864), waarin alle moderne uitingen van cultuur werden veroordeeld.  Protestantse modernen, met hun sterk pleidooi voor vrijheid van onderzoek, kwamen tegen deze katholieke uitingen van antiliberalisme op, zoals zij dat ook deden tegen vergelijkbare orthodox-protestantse geluiden. Op hun beurt veroordeelden de katholieken het protestants modernisme als verderfelijke vrucht van de 16e-eeuwse Reformatie en de Verlichting. Toch was er ook in de rooms-katholieke kerk een stroming die vrijheid van wetenschappelijk onderzoek, ook waar dat de bijbel betrof, bepleitte. De manifestatie van dit liberaal-katholicisme besloeg een relatief korte periode, tussen 1860 en 1910, en riep eveneens heftige reacties op bij behoudende gelovigen. In 1907 werd het katholiek liberalisme (toen voor het eerst ‘modernisme’ genoemd)  veroordeeld in de encycliek Pascendi dominici gregis op straffe van strenge disciplinaire maatregelen, culminerend in de verplichte anti-modernisteneed in 1910.

Voor- en tegenstanders van aanpassing aan de moderne cultuur bestookten elkaar met een stortvloed aan boeken, tijdschriftartikelen, brochures, prenten en ander drukwerk.  Alle aspecten van deze papieren oorlog zijn terug te vinden in de collectie theologische brochures van de Leidse universiteitsbibliotheek, kern en basis van mijn onderzoek. Brochures (tot eind 18e eeuw bekend als ‘pamfletten’) waren een ideaal medium voor debat; hun geringe omvang en snelle productie maakten een levendige discussie mogelijk, waarin men razendsnel op elkaar kon reageren.  Het Leidse materiaal voor die periode biedt een overvloed aan vraagstellingen, onder andere over beeldvorming en retorica: Welk beeld hadden protestantse modernen  van rooms-katholieken, en vice versa? Door welke factoren werd de beeldvorming bepaald?  Wie gebruikte wat voor retorische methoden? Deze invalshoek biedt een nieuw perspectief voor een comparatieve analyse van de twee belangrijkste confessies die ons land in de 19e eeuw kende, en kan nieuw licht werpen op hedendaagse vragen.

4 Comments

L. Klaassen
Geplaatst 8 september 2015, 15:07 door L. Klaassen

Geloof paste en past zich aan aan elk tijdperk. In de huidige kennismaatschappij zal het daarom snel verbleken. Het wordt goed beschouwd alleen nog ingezet om politieke doelen te bereiken.

Lady Samsung
Geplaatst 14 september 2015, 18:53 door Lady Samsung

Mee eens.
“Geloof uitdragen is door de eeuwen heen niets meer dan politiek geweest. En politiek heeft altijd ten dienste gestaan van zakelijke belangen. Je denkt toch niet dat wereldleiders als de Paus en Xhonntr de Vierde zélf geloven, hè?” (citaat)
Wie de Paus is weten wij allen, genoemde Xhonntr zou als metafoor gezien kunnen worden voor een aantal van zijn al dan niet zelfbenoemde gelijken. Als arabist weet ik wel een paar hedendaagse exemplaren op te noemen. Vooral de ontwikkelingen in de Islamitische Staat dringen mij beeldvorming van de vroegere inquistitie op. Elders op dit blog schreef ik vandaag over de vergelijking tussen IS en SS. Dit soort geschiedenis zal zich helaas altijd blijven herhalen en de beeldvorming van religie (want dat was het nazisme óók…) in het algemeen zal er zwaar door aangetast blijven worden.

Lady Samsung
Geplaatst 14 september 2015, 19:24 door Lady Samsung

Ikzelf wil geen enkele mij bekende religie als minder dan welke andere dan ook zien, maar staat u er wel eens bij stil dat drijvende krachten achter wat sommige politiek leiders ‘achterlijke geloven en culturen’ noem(d)en, heden ten dage over beeldvormings-maninipulatietechnieken beschikken die door millennia ontwikkelde geloven en culturen in no time kunnen kraken en fileren? Oude en nieuwe ‘waarheden’ zullen dan opeens evenveel waard blijken. Weer wijs ik u op de toen moderne en meedogenloos haat losmakende nazi-propagandamachine. Weer wijs ik u op heden ten dage oneindig meedogenlozer misbruik van het internet.

Josephine
Geplaatst 10 februari 2016, 23:12 door Josephine

Het lijkt me een interesant boek, alle knines van de wereld, maar dat bood de slang Adam en Eva ook aan dus k’denk dat je ermee voorzichtig moet doen.

Plaats een reactie

Name (required)

E-mail (required)

Een avatar? Ga naar www.gravatar.com

Onthoud mij
Hou me op de hoogte van reacties