Leiden Religie Blog

Netwerkdenken in het Chinees boeddhisme

Geplaatst in
Netwerkdenken in het Chinees boeddhisme foto: Rob Ireton, via flickr.com

Indra's net, een eeuwenoude metafoor over de diepste aard van de werkelijkheid, blijkt ook in onze moderne samenleving een grote zeggingskracht te hebben.

Op de beroemde cacaobussen van chocoladefabrikant Droste staat een afbeelding van een vrouw die een dienblad met dezelfde cacaobus draagt. Hierop staat weer een plaatje van haar, inclusief hetzelfde blikje. Dit zichzelf tot in het oneindige herhalende beeld is echter niet voorbehouden aan de westerse cultuur. Ook de Chinese wereld herbergt een equivalent van het Droste-effect.

Het Droste-effect keert bijvoorbeeld terug in het werk van Dushun, een zesde-eeuwse denker uit de zogenaamde Bloemkransschool van het boeddhisme. Veelvuldig gebruikt hij het beeld van Indra’s Net, een weergave van de werkelijkheid als een vlechtwerk vol schitterende edelstenen: “Deze juwelen schitteren en reflecteren elkaar, hun spiegelbeelden doordringen elkaar over en weer. De spiegelbeelden worden herhaald en vermenigvuldigd op een onbegrensde wijze. Binnen de grenzen van een enkele edelsteen bevinden zich de grenzeloze herhaling en weerspiegeling van alle juwelen.”

Opvallend aan deze metafoor van Indra’s Net is de visie op eenheid en veelheid die eruit spreekt. Beide concepten zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De identiteit van ieder particulier “ding” (de Chinese denkers spreken over de “tienduizend dingen” waarmee ze aangeven dat er fundamenteel gezien geen hiërarchisch onderscheid gemaakt kan worden tussen mensen, dieren, planten en levenloze zaken) wordt volledig geconstitueerd door het geheel. Anderzijds draagt iedere individuele edelsteen de totaliteit. Voor dit simultane ondersteunen en ondersteund worden van het ene en het vele muntten Japanse boeddhisten een fraaie term: ji ji mu ge, dat letterlijk “ding ding geen obstructie” betekent. Of, in meer discursieve taal: de wederzijdse doordringing en ondersteuning van alle fenomenen.

Voor de Chinese boeddhisten is Indra’s Net echter meer dan zomaar een metafoor voor de diepste aard van de werkelijkheid. Dit beeld vormt tevens een uitnodiging tot het volgen van een ethiek zonder onbuigzame regels. Wie zich op deze innerlijke ontvankelijkheid afstemt, plaatst zichzelf niet op de voorgrond, maar staat helder en open in iedere situatie. Zo iemand laat “de dingen de dingen zijn”. In die zin “doet hij zelf niets” en  probeert hij spontaan alle omstandigheden waarin hij verkeert tot bloei te brengen:

“Stil is het hart van de wijze! Het is de spiegel van hemel en aarde, de spiegel van de tienduizend dingen. Waarlijk! In het open en stil zijn, met vredige mildheid en in eenzame kalmte niets doen, daarin ligt de grondslag van hemel en aarde en de hoogste uiting van de deugd van Tao [de onkenbare bron van de werkelijheid – MD].”

Wellicht hebben de Chinese metaforen van Indra’s Net en het hart als een spiegel van alle dingen in de huidige tijd een grotere zeggingskracht dan ooit. Dankzij Internet en alle andere sociale, politieke en economische netwerken zijn we met minimale inspanning in staat om kennis te maken met de meest uiteenlopende culturen. Hiermee lijkt de droom van de Bloemenkransschool-boeddhisten verwezenlijkt, want begrip voor de ander zou in hun ogen spontaan tot compassie leiden: hoe meer mogelijkheden om anderen te leren kennen, hoe meer mogelijkheden om hen te ondersteunen. Helaas valt het diepgaand kennisnemen van andere culturen in de praktijk tegen. Zo handelt Nederland veel met China - iedereen heeft wel enkele “Made-in-China”-produkten in de woonkamer staan - maar zijn Confucius en Laozi, laat staan Linji, veelal grote onbekenden. Op die manier blijft een andere cultuur onbekend, vreemd en mogelijk zelfs ondoordringbaar.

De boeddhisten van de Bloemenkransschool zouden zich echter niet bij deze vooroordelen neerleggen. Met het Net van Indra houden zij ons impliciet de volgende vragen voor: “Hoe komt het dat het anders-zijn van iemand of een andere cultuur je stoort?” “Is afwijzing de enige mogelijke houding die jouw hart toelaat?” En, misschien de belangrijkste vraag: “In hoeverre kun je afstand doen van jezelf om de ander te ontmoeten? En daarna pas te oordelen?”

Wie openstaat voor deze vragen, kan zich wellicht oefenen in het opschorten van zijn oordeel. De mate waarin iemand “leeg” is van zijn eigen vooroordelen correspondeert mijns inziens met de ruimte die hij de ander biedt. Of, misschien meer op z’n Chinees gezegd, het innerlijk vertrek waarin hij alle andere dingen ontvangt. De kracht van Indra’s Net ligt in de radicaliteit van het beeld: het roept ons niet alleen op om open te staan voor andere mensen of culturen, maar ook voor dieren en zelfs levenloze objecten. De gedachte “Behandel ik mijn etenstafel wel goed?” lijkt op het eerste gezicht een tikje absurd, maar krijgt een ernstiger dimensie als je de werkelijkheid opvat als een netwerk waarin alles elkaar schraagt. Toegegeven: het voortdurend rekening houden met alles en iedereen om je heen is een utopische levenshouding. Maar schuilt de kracht van utopieën niet in het verlangen om geijkte tegenstellingen omver te werpen? Om vervolgens te ontdekken dat er vanuit een open houding meer mogelijk is dan je eerder dacht? Alleen door het “recept” te volgen, weten we hoe het baksel smaakt.

Plaats een reactie

Name (required)

E-mail (required)

Een avatar? Ga naar www.gravatar.com

Onthoud mij
Hou me op de hoogte van reacties