Leiden Religie Blog

Leidse Visie voor het Religieonderwijs

Leidse Visie voor het Religieonderwijs foto: Melinda Shelton; via flickr.com

Leidse religiewetenschappers maken zich hard voor nieuw religieonderwijs in Nederland.

Verplicht, kritisch en religiewetenschappelijk. Zo ziet het religieonderwijs van de toekomst eruit in de visie van het Leiden University Centrum voor de Studie van Religie (LUCSoR). Het Centrum voert daarvoor de volgende kernpunten aan: 

Religiekunde als normaal vak.

Godsdienst/Levensbeschouwing (GL) zoals het nu in Nederland wordt gegeven gaat voornamelijk om persoonlijke vorming en niet om leerlingen kennis en vaardigheden bij te brengen. Dat schept twee problemen: leerlingen krijgen onvoldoende neutrale kennis van religie, en bestuurders van veel openbare scholen denken geen behoefte te hebben aan religieonderwijs, omdat ze geen boodschap hebben aan puur vormend religieonderwijs.

Wij stellen daarom voor om religieonderwijs als volgt in te voeren:

(i) Verander de naam van het vak in ‘religiekunde’ – net als aardrijkskunde.

(ii) Voer een centraal schriftelijk eindexamen in voor het vak.

Religiekunde  verplicht.

Religie is een buitengewoon belangrijk onder­deel van maatschappij en cultuur, in Nederland en wereldwijd. Voor hun ontwikkeling tot bekwame medeburgers hebben kinderen inzicht in religie nodig (zie ook het opiniestuk daarover in het NRC). Zowel maatschappij, burgers, scholen, en de overheid  hebben er baat bij dat onderwijs in religie verplicht wordt op alle openbare en bijzondere scholen in het primair en voortgezet onderwijs.

Religiekunde als kritisch vak.

Een van de taken van onderwijs is om vooroordelen en misverstanden te bestrijden. Docen­ten religiekunde moeten kritisch durven zijn, en leerlingen, vooral in het VO, moeten kri­tisch leren denken – ook over religie en over de eigen traditie. Leerlingen zijn er niet bij gebaat als docenten zwijgen over discutabele kanten van religie of stellen dat onder­drukking in de naam van religie niets te maken heeft met ‘echte’ religie.

Religiekunde als zelfstandig vak.

Religie wordt nu vaak behandeld als een thema in maatschappijleer of geschiedenis. Een zelfstandig vak religiekunde heeft twee voordelen. Ten eerste kunnen religies in religiekunde worden behandeld als religies, en niet alleen als oorzaken van maatschappelijke problemen. Ten tweede nodigt religiekunde als zelfstandig vak uit tot een verge­lijkend perspectief, en dit perspectief kan zich ook verder uitstrekken tot alternatieve spiritualiteit, nieuwe religieuze bewegingen, en het quasireligieuze (denk aan 4 mei en de MH-17-herdenking; massabijeenkomsten als popconcerten of voetbalwedstrijden; moderne mythen als Star Wars en In de ban van de ring).

Religiekunde als religiewetenschappelijk vak.

Als samenleving zijn we verplicht om de beste kennis ter beschikking te stellen in het onderwijs. Voor het religieonderwijs betekent dat verankering van het onderwijs op HBO- en PO/VO-niveau in de academische discipline religiewetenschap. Religiedocenten moeten opgeleid (en nageschoold) worden door universitaire religiewetenschappers.

De religieopleidingen op alle niveaus afgestemd op elkaar.

Het oprichten van een kennis- en opleidingsketen ‘WO-HBO-VO/PO’ voor het religieonderwijs betekent veranderingen in de opleidingen op alle betrokken niveaus:

(i)  HBO.  De  PABO-opleiding  en  de  HBO-opleiding  voor de Voortgezet Onderwijs-docent  religiekunde kun­nen meer religiewetenschappelijk worden ingericht. Het zou goed zijn als docenten op VO-niveau naast kennis van het christendom en een klein aantal andere grote religies, ook kennis heb­ben van antieke godsdiensten, nieuwe religies en alternatieve spiritualiteit, en van de me­tho­des en theorieën van de religiewetenschap.

(ii) WO. De universitaire opleiding Religiewetenschap levert docenten voor HBO en VO. De universitaire BA-opleiding religiewetenschap doet er daarom goed aan niet (alleen) te weerspiegelen wat wetenschappelijk gezien de kern uitmaakt van de religie­weten­schap, maar zich ook te richten op de noden en mogelijkheden van religie­docenten op PO-, VO-, en HBO-niveau. Concreet zou het RW-curriculum dus ook vakken over ethiek, godsdienstfilosofie en vakdidactiek kunnen bevatten en extra ruimte geven voor de religies die lokaal op PO/VO-niveau het belangrijkst zijn: vooral het christendom en de islam.

Plaats een reactie

Name (required)

E-mail (required)

Een avatar? Ga naar www.gravatar.com

Onthoud mij
Hou me op de hoogte van reacties