Leiden Religie Blog

Iraakse christenen - religieus of etnisch?

Iraakse christenen - religieus of etnisch? photo by Yas Albaz, via flickr.com

Christenen in Irak identificeerden zich voorheen veel met de Iraakse en Arabische cultuur. Nu is deze groep zich vooral als aparte, etnische groep gaan onderscheiden.

Wie de afgelopen tijd het nieuws heeft bijgehouden over christenen in Irak, zal het misschien zijn opgevallen dat deze groep meestal wordt aangeduid als Aramees of Assyrisch. Dit zijn eigenlijk twee benamingen voor dezelfde etniciteit. Het gaat om een groep christenen die een gedeelde geschiedenis heeft en zich kenmerkt door het gebruik van een gemeenschappelijke taal, het Aramees, en de oude kerkelijke variant daarvan, het Klassiek Syrisch.

Soms worden Arameeërs of Assyriërs, die ook voorkomen in Syrië, Turkije en Iran, als Arabische christenen gezien. Dat heeft ermee te maken dat een groot gedeelte van deze groep al eeuwen geleden is overgegaan op het Arabisch als spreektaal. Zoals ik in dit artikel zal laten zien, hebben deze christenen zich in het verleden zelf vaak gemanifesteerd als Arabieren, terwijl zij zich nu vooral als aparte etniciteit zien.

Erkenning als doel

Voor veel christenen in het Midden-Oosten en de diaspora in onder andere Europa is erkenning van christelijke groeperingen als etnische groep van een groot politiek belang. De gedachte is dat een etnische groep meer aanspraak maakt op politieke en culturele rechten dan een puur religieuze groep. Deze gedachte is waarschijnlijk niet onterecht: denk bijvoorbeeld aan het zelfbeschikkingsrecht voor volkeren dat in 1918 door de Amerikaanse president Woodrow Wilson werd geïntroduceerd, en dat nog steeds regelmatig in geopolitieke discussies naar voren komt. Zonder erkenning als etnische groep zouden landen in het Midden-Oosten ermee wegkomen om christenen te behandelen als dhimmi, met tolerantie binnen de kaders van het islamitisch recht, maar zonder volwaardig burgerschap.

Identificatie van de Aramese of Assyrische christenen als etnische groep in Irak is echter lang niet vanzelfsprekend. Een volkstelling uit 1935 laat zien dat – formeel – de Iraakse bevolking bestond uit de drie etnische groepen van Arabieren, Koerden en Turkmenen. Alle christenen werden door de staat beschouwd als Arabisch of Koerdisch. Van erkenning van de christenen in Irak als etnische groep was dus geen sprake; wel was er grondwettelijke erkenning voor niet-islamitische religieuze groepen.

Identificatie met Arabische cultuur

Ook de christenen zelf hebben zich niet altijd als aparte etnische groep geïdentificeerd. Zeker in de eerste decennia na de Eerste Wereldoorlog waren er tal van intellectuelen die zich positioneerden als onderdeel van de Arabische cultuur, door middel van de publicatie van tijdschriften en boeken. Dit gold behalve voor de Arabischtalige christenen ook voor de Arameestaligen, en zowel in kerkelijk als in seculier verband. Er waren bovendien Iraakse christenen die zich nadrukkelijk hebben geïdentificeerd als Arabier, zoals de belangrijke journalist en politicus Rafail Butti.

Deze sterke identificatie met het openbare leven in Irak en de Arabische cultuur, kan verklaard worden als strategie om gezien te worden als volwaardige burgers met gelijke kansen in de samenleving, in plaats van als minderheid die een speciale bescherming nodig heeft. Irak viel tot de Eerste Wereldoorlog onder het (Turkse) Ottomaanse Rijk. Na de oorlog werd dit een Arabisch koninkrijk onder Brits gezag.

Het nieuwe land maakte gelijke kansen – in elk geval in theorie – mogelijk, want hoewel volgens de grondwet islam de staatsreligie was, hadden niet-moslims wettelijk dezelfde mogelijkheden in het openbare leven als moslims. Door zich als loyale burgers op te stellen maakten veel christenen van deze mogelijkheid gebruik. Naast een strategie was het in veel gevallen ook een oprecht geloof in eenheid onder de gebruikers van het Arabisch – moslims, christenen en Joden – wat vooral blijkt uit vooroorlogse christelijke auteurs die streden voor een Iraakse onafhankelijkheid van het (Turkse) Ottomaanse Rijk.

Onderscheiden als aparte groep

Helaas blijkt loyaliteit geen garantie op langere termijn. In de latere geschiedenis van Irak is van de “Iraakse droom”, zoals je bovengenoemd ideaal zou kunnen noemen, helaas weinig terechtgekomen. De islamitische koers die Saddam Hoessein vanaf de jaren negentig voerde, en meer nog de buitengewoon slechte situatie voor christenen in Irak sinds de Amerikaanse inval en de opkomst van IS, hebben het steeds moeilijker gemaakt om hier nog in te geloven. Dit heeft er mogelijk mede toe geleid dat Iraakse christenen zich meer dan eerder zijn gaan identificeren als aparte, etnische groep.

Eigenlijk vind je zulke processen overal ter wereld. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het opiniestuk van Nadia Ezzeroili dat op 30 januari in de Volkskrant verscheen, waarin zij afrekende met het idee van een “Hollandse droom” waar ze eerder sterk in geloofde: écht als Nederlander geaccepteerd worden is volgens haar pas mogelijk als je niets meer kunt zien van je afkomst, wat onmogelijk is. Er is veel gediscussieerd over de vraag of je echt zo pessimistisch moet zijn, maar haar belangrijke stuk laat wel zien dat dit soort kwesties speelt in allerlei samenlevingen met minderheden.

Plaats een reactie

Name (required)

E-mail (required)

Een avatar? Ga naar www.gravatar.com

Onthoud mij
Hou me op de hoogte van reacties