Leiden Religie Blog

De opkomst van de religieuze kweenies

De opkomst van de religieuze kweenies foto: Roel Wijnants, via flickr.com

William Arfman, docent 'The Future of Religion in the West' aan de Universiteit Leiden, beschrijft zijn vindingen uit het boek 'God in Nederland'.

“God verdwijnt uit Nederland,” zo kopten de kranten afgelopen maart toen het onderzoek ‘God in Nederland’ uitkwam. Als docent van het keuzevak ‘The Future of Religion in the West’ moest ik daar toch het mijne van weten. Blijkbaar lag die toekomst reeds vast. Het leek mij daarom wel eens goed om dit boek echt te lezen, in plaats van het enkel te gebruiken om wat cijfertjes uit te halen om een college of introductie mee op te leuken. Al lezende kwam ik op het spoor van de religieuze kweenies.

 

Traditie

Maar laten we bij het begin beginnen. ‘God in Nederland’ is een belangrijk onderzoek, maar het is geen eenduidig onderzoek. Aan de ene kant heeft het ons interessante dingen te leren over religie in het hedendaagse Nederland, aan de andere kant wijst het ons indirect ook op bepaalde problemen in hoe wij gewend zijn religie te bestuderen.

Dit begint al met de claim die ik hier nu maak. Eigenlijk is ‘God in Nederland’ namelijk helemaal geen boek over religie in Nederland. Tenminste, niet over alle religies. Aanhangers van niet-christelijke religies zijn volledig buiten beschouwing gelaten. Dit komt doordat ‘God in Nederland’ niet is gebaseerd op een eenmalig onderzoek, maar het de meest recente editie is in een reeks van onderzoeken die sinds 1966 grofweg elke tien jaar plaatsvindt. Het staat dus in een traditie.

En dit is precies waar de schoen wringt. Zoals zo vaak bij tradities, zijn er momenten waar het onderzoek kracht kan putten uit de traditie waar het in staat, maar er zijn ook momenten dat de traditie het onderzoek juist in de weg staat, waar de werkelijkheid de traditie in heeft gehaald. Waar het in 1966 nog evident was dat een dergelijk onderzoek diende te gaan over de stand van zaken wat betreft christendom en ontkerkelijking, is het nu nog maar de vraag of dat het belangrijkste is wat er momenteel speelt.

 

Teloorgang

Hier moet meteen worden opgemerkt dat het onderzoek door de jaren heen natuurlijk wel veranderd is. Net als bij elke andere traditie is dit onoverkomelijk. ‘God in Nederland’ gaat dan ook niet alleen over veranderingen binnen het christendom, maar ook over diens plaatsvervangers. Naast het terugtrekkend christendom zien we aandacht voor sociologische categorieën als geloven zonder behoren, civiele religie, zingeving en natuurlijk spiritualiteit. Hoewel dus niet is gekeken naar de religiositeit van aanhangers van niet christelijke-religies, is er wel ruimte voor de verwantschap die zowel kerkelijken als niet-kerkelijken voelen met deze religies. In de analyse van al deze verschillende sociologische categorieën duiken interessante trends op.

Over het terugtrekkend christendom zullen, ondanks de enthousiaste krantenkoppen, weinigen zich nog verbazen, maar de verregaande secularisering binnen de kerken, vooral de Katholieke, is opvallender. Ook de conclusie over de zogeheten spirituele revolutie wist verbazing op te wekken: als deze revolutie al heeft plaats gehad, dan is deze inmiddels alweer op zijn retour. Zeer velen, ook binnen de kerken, identificeren zich nog steeds met meer geïndividualiseerde en grenzeloze vormen van spiritualiteit , maar het zijn er toch beduidend minder dan in 2006.

 

De kweenies

Bij nog wat beter lezen blijkt dat er eigenlijk maar één ding echt is toegenomen in Nederland en dat is de twijfel. Of we het nou hebben over geloof, spiritualiteit, zingeving of verbinding, we weten het als Nederlanders allemaal niet meer zo goed. Vergeleken met 2006 antwoorden we veel liever ‘enigszins mee eens’ dan ‘helemaal mee eens’ en ook de ‘weet ik niet’ is aanzienlijk populairder geworden. Net zoals we eerder gefascineerd op zoek gingen naar de ietsisten of de atheïsten, ziet het er naar uit dat het nu hoog tijd is om ons met de opkomst van deze ‘kweenies’ bezig te gaan houden.

Wat zit er achter deze opmars van de ‘enigszins’? Is het weloverwogen agnosticisme? Postmoderne relativering? Of pure desinteresse? Helaas komt ‘God in Nederland’ nog niet verder dan het stellen van de vraag en gezien de eerder genoemde onderzoekstraditie is dat ook logisch. Er valt weinig te leren over de opkomst van de kweenies als het wel of niet lid zijn van kerken de eerste scheidingsmethode is. Ook het onderverdelen in wel of niet gelovig, dan wel spiritueel, gaat helaas weinig helpen. We vinden de kweenies overal en nergens.

 

Nieuw gereedschap

De opkomst van de kweenies confronteert religiewetenschappers dus met een probleem. Het onderzoek duidt de hedendaagse religiositeit als grenzeloos. Religieuze voorstellingen, ervaringen en praktijken ontwikkelen zich over de grenzen van verschillende religies en levensbeschouwingen heen. Er is echter ook sprake van nog een andere vorm van grenzeloosheid. Met de kweenies in het vizier wordt pijnlijk duidelijk dat deze ontwikkelingen zich ook steeds minder aan lijken te trekken van onze eigen analytische categorisaties. Wat dat betreft is de traditie van ‘God in Nederland’ exemplarisch voor onze onderzoekstradities in het algemeen.

Om de laatste regels van het boek te citeren: “duidelijk is dat de religiewetenschap voor een grote uitdaging staat om de ontwikkelingen goed te blijven volgen zoals die zich voordoen op een steeds verder uiteenvallend en grenzeloos religieus en spiritueel veld.” Willen we dit bewerkstelligen, dan zullen we toch echt op zoek moeten naar nieuw conceptueel gereedschap dat ons toestaat om juist onzekerheid en twijfel te analyseren. Alleen dan kunnen we ontdekken wat de opkomst van de kweenies echt betekent.

 

Dit artikel is een bewerkte versie van een boekbespreking, gehouden op de lente bijeenkomst van het Nederlands Genootschap voor Godsdienstwetenschap, Universiteit Leiden, 27 mei 2016.

Plaats een reactie

Name (required)

E-mail (required)

Een avatar? Ga naar www.gravatar.com

Onthoud mij
Hou me op de hoogte van reacties