Leiden Religie Blog

De leegheid van het publieke domein

De leegheid van het publieke domein Beeldbank Leiden Marketing, via flickr.com

Volgens Wim Hofstee kent Nederland door ontzuiling nog maar weinig collectieve rituelen.

Op een school in Rotterdam maken moslimleerlingen een opmerking over de lengte van de rok van hun docente: die is volgens hen te kort. De docente krijgt het verzoek van de schoolleiding zich aan te passen. Een Iraniër komt op officieel bezoek bij een instelling die door een vrouw wordt geleid. Hij weigert haar een hand te geven. De burgemeester van Amsterdam vindt dat we dit moeten accepteren, we zijn een tolerante natie en de meeste bestuurders zijn dat met hem eens. Het lijkt alsof er in Nederland een toenemende angstcultuur bij overheden aan het ontstaan is voor ‘gedoe’ en ‘moeilijke discussies’.    

Maar er is een groeiende groep die hier juist tegenin gaat: er kan geen AZC gepland worden of men komt in opstand. En de aanhang van de PVV groeit gestaag in de peilingen. Er lijkt een kloof te ontstaan tussen overheid en bevolking als het om de veelbesproken tolerantie gaat. Hoe komt dat?

Minder historisch besef

Nederlanders lijken zich niet bewust van hun eigen identiteit als tolerante natie. Dat komt omdat in Nederland historisch besef door diezelfde overheid vakkundig om zeep is geholpen. Geschiedenis is al jarenlang geen examenvak meer, zodat straks niemand meer het verschil weet tussen de 1e en de 2e Wereldoorlog, laat staan dat men nog een idee heeft wat er in de 18e en 19e eeuw gebeurde. Een commissie onder leiding van de socioloog Paul Schnabel adviseert de overheid zelfs om vooral op deze weg voort te gaan. Steeds minder historisch besef dus. Is dat erg?

Waarschijnlijk wel. De Nederlandse samenleving was een uniek voorbeeld van een meer dan honderd jaar bestaande tribale maatschappij, een conglomeraat van culturele en religieuze minderheden die elkaar tot de jaren zeventig van de vorige eeuw door middel van zelfgekozen isolatie en een eigen levensstijl, inclusief daarbij behorende collectieve rituelen, tolereerden. Door religie en cultuur van de ander te tolereren, creëerde men tevens zijn eigen religieuze en culturele vrijheid. Dit relatieve evenwicht werd bovendien politiek en economisch vertaald, hetgeen onder meer resulteerde in eigen onderwijs en omroep. Het verzuilde beeld is na de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw in opvallend hoog tempo vergruisd, zij het dat in onderwijs- en omroepland de verschillen nog steeds krampachtig overeind worden gehouden.

Lege publieke ruimte

Nederland heeft nu, na een pijlsnel proces van ontzuiling, vrijwel geen collectieve rituelen meer en dat heeft onze samenleving verzwakt in termen van sociale cohesie. Het publieke domein is ‘leeg’ geveegd door liberale privatisering. De Nederlandse bevolking hangt als los zand aan elkaar, saamhorigheid en solidariteit beperken zich tot de kleine groep. De monarchie vervult slechts zeer ten dele een nationaal bindende functie, het volkslied en de driekleur  nog minder. In tegenstelling tot de Verenigde Staten, waar een vorm van civil religion als rituele vorm een belangrijke rol speelt in het publieke domein, beschikt Nederland niet over een aantal door iedereen als zodanig erkende referentiepunten waaraan een nationaal identiteitsgevoel getoetst kan worden.

Politieke legitimiteit

Een samenleving zonder collectieve publieke rituelen vertoont niet alleen een zwakke sociale cohesie, maar toont zich als gevolg daarvan ook meer ontvankelijk voor invloeden van buitenaf. Een aspect daarvan is de relatieve veronachtzaming van de eigen taal. De gedachte om in Nederland steeds meer onderwijs in het Engels te gaan geven, zelfs op de basisschool, ondermijnt de creatie van een collectief identiteitsgevoel en legt geen basis voor het aankweken van nationaal historisch besef en tolerantie. De eigen taal maakt daarvan een wezenlijk deel uit, evenals de aanwezigheid van publieke rituelen waarin die nationale geschiedenis verankerd is. De kloof tussen bevolking en overheid ontstaat als de laatste de noodzaak van nationale referentiepunten niet ziet.

Een ander aspect is de verdraagzaamheid jegens andere religies zoals de islam. Van moslims wordt gevraagd ‘zich aan te passen’. Maar waaraan, aan wat? Het publieke domein in Nederland is een lege polder waar iedereen mag zeggen wat hij of zij wil, maar waar zo min mogelijk diversiteit gedoogd wordt. Aanpassen en participeren in een leeg publiek domein. Dat is wat vrijheid betekent in Nederland. De overheid creëert de opstandigheid tegen en van andersdenkenden helemaal zelf. Het gevolg is een toenemende politieke apathie bij de bevolking die zich o.a. vertaalt in lage opkomstcijfers bij verkiezingen, een dalend vertrouwen in bestaande politieke instituties. Dat bedreigt op termijn vrijheid en democratie, omdat de legitimiteit van het handelen van de overheid een publiek draagvlak nodig heeft.

Plaats een reactie

Name (required)

E-mail (required)

Een avatar? Ga naar www.gravatar.com

Onthoud mij
Hou me op de hoogte van reacties